Tot wie? Gij hebt!

Heere, tot wien zullen wij heengaan, Gij hebt de woorden des eeuwigen levens. Johannes 6 vers 68

Weet u dat, dat bij u geen leven is? Lichamelijk gezien al niet. U houdt uw leven zelfs nog geen paar seconden in stand. Wat is dat ook meermalen gebleken in het afgelopen jaar, als we denken aan hen die van ons zijn heengegaan. Dat uw en jouw hart nog steeds klopt is alleen van de Heere. Maar het gaat hier niet alleen over leven, maar over eeuwig leven. Weet u dat ook, dat u dat nodig hebt? De wereld gaat als in een flits voorbij. Het jaar 2020 is bijna voorbij. Ons leven duurt maar een ogenblik. Hoe diep zijn de pinnen van uw tent in de aarde? Maar de tent wordt afgebroken. En dan? Zal het kunnen?
Maar “eeuwig leven” is niet alleen wat na de dood is weggelegd voor degenen die de Heere vrezen. Het is als een mens God leert kennen. “Want dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus die Gij gezonden hebt.”
Een kerkelijk of godsdienstig leven zondermeer is niet genoeg. Het is van tweeën één: U hebt eeuwig leven, of u bent geestelijk dood.

In Hém is eeuwig leven. In Christus.

Nooit zult u ergens anders leven vinden. Bent u op zoek? Waar naar?

Naar levendige gestalten en levende werkzaamheden en een levende begeerte; een levend geloof en levende gebeden. Maar u vindt het niet. U wilt er soms weer meer mee bezig zijn dan anders. Maar het komt niet. Nóóit zult u zelf leven kunnen maken. U draagt overal de dood met u mee. Wat een ontdekking:

Ik hoopte leven te vinden in trouwere gebeden en in hartstochtelijker roepen en in ernstiger pogingen enz. Maar ook Petrus die eenmaal bij de netten vandaag geroepen was en die tot heerlijke belijdenissen gekomen was, moest zeggen: Niet bij mij maar in U. Gij hebt eeuwig leven. Niet ík heb, maar Gij hebt.  Daarvan is Hij de bron, Die Zelf is neergedaald in de dood. Uw zoeken naar leven in uw ziel, is een hopeloos zoeken als u niet uitkomt bij Hem.

En dan staat er niet alleen: Bij hem is het eeuwige leven. Maar daar zijn de wóórden van het eeuwige leven. Dat wil zeggen: Hij maakt het bekend. Hij zegt: Neig uw oor. En kom tot mij. Hoor en uw ziel zal leven.

Gij hebt.... Het is een belijdenis, waarmee Petrus de Heere verheerlijkt. En met dat ze zeggen stelt hij zich onder Zijn heerlijke bediening, opdat Hij als profeet hem zou leren.

Wat zou u kunnen troosten?
Wat kan dat gebroken hart genezen?
Wat kan de ziel met vrede vervullen? 
Dat geheim ligt in de woorden van Hem alleen.
Hoe lang zoekt u al? Hoe lang zwerft u al? Daar alleen kunt u werkelijk rusten. Daar alleen is Petrus tevreden. Die woorden heeft hij lief gekregen. Hij weet waar hij het over heeft. In die woorden heeft hij eeuwig leven gevonden, want het zijn Woorden door Hem gesproken, maar die ook van Hem getuigen.
En zo’n Leermeester is Hij: Toen Hij eenmaal de Emmaüsgangers onderwees vanuit Zijn Woord. En Hij opende hen Zelf het verstand, en zij verstonden.
Uit deze woorden van Petrus spreekt ook een keuze. Het is een antwoord op de vraag van Christus: Wilt gij ook niet heengaan? Dat is de keus van een onwedergeboren hart om van Hem weg te blijven. Waar het zo is en blijft, wacht u geen begerenswaardig lot.  Dan  blijft niets anders over dan de dood. Wat zal dat zijn als het volle loon der zonde straks wordt uitbetaald.

Bij Hem zijn woorden van eeuwig leven. Wilt gijlieden ook niet heengaan? Zalig voor wie dat niet meer kan, en die zegt: Tot wie zou ik heengaan? Ik heb het misschien wel overal gezocht, maar ik kon het nergens vinden. Gij, Gij hebt woorden van eeuwig leven. En zo kniel ik neer voor Hem, opdat Hij mij zou leren. Ik neig het oor daar ik op Gods inspraak wacht. Woorden van eeuwig leven zijn bij Hem.

Wat zijn dat ook een wonderlijke woorden. Heerlijke woorden. Geen woorden zonder kracht, maar levendmakend, hartvertroostend, zielsverblijdend, voor dodige, bedroefde en neergebogen harten.

Het zijn woorden vol van raad. Meer dan een moeder troosten kan, troost Hij, Hij is nabij de ziel die tot Hem zucht. Dat is een ziel die het belijd: Gij hebt. Ik heb niets.

Tot wie wilt u heengaan, met uw dood? Tot wie met uw traagheid en schuld? Tot wie, met uw bedroefde en toch tranen loze hart? Tot wie, met uw schreiende hart wat toch niet bidden kan? Tot wie? Bij Hem is eeuwig leven.

ds. N. den Ouden
December 2020