Stromen op het droge

“Maar hoor nu…”
“Want ik zal water gieten…”
( Jesaja 44 : 1, 3a )

Wat kan het in de natuur droog zijn. Ik denk aan de afgelopen zomers. Voordat het najaar aanbrak lieten de bomen hun bladeren al vallen. Ook afgelopen tijd zagen we de bruine bermen en de kale plekken in het gras en er wordt op aangedrongen om zuinig te zijn met water. In Israël weet men ook van droogte in de natuur; verzengende hitte, verpulverde aarde, poederachtig zand, zonder iets van leven.

Maar als de regentijd aanbreekt. Dat gaat op de manier van Jesaja 44. Hoosbuien die uit de hemel neer plenzen en inderdaad: er komen stromen op het droge, en de natuur herleeft. Soms binnen 48 uur is de dorre, doodse vlakte één groen en fris tapijt; een explosie van leven. Je begrijpt niet waar het vandaan komt, maar het gebeurt. En de woestijn zal bloeien als een roos.
Het kan ook in geestelijk opzicht dat een volk, een kerk, een gemeente en een hart is als “een dor en dorstig land, dat sedert lang ligt uit te drogen, Verkwijnend in die doodse stand…”
Het was gruwelijk dor en doods in Efeze. De mensen waren (net zoals wij allen van nature) dood in de zonde en misdaden. Wat was het dor en doods in de vallei van Ezechiël 36, met die beenderen. “En ze waren allen zeer dor….” De gemeente van Sardis had de naam dat ze leefde, maar ze was dood. Aangrijpend.
Droge grond geeft geen vrucht. Daar groeien hooguit was dorens. Droge grond kan ook zo hard zijn dat een ploeg er op kapot breekt. Je kunt er op zaaien, maar zonder resultaat.
De dichter van Psalm 85 smeekt: “Zult gij uit de dood ons niet herleven doen?”
Houdt dit ons bezig? De nood van de kerk. De nood van onze ziel, de nood van onze gezinnen?
Maar het ergste is: Waar de dood is, wordt ook niets eens van harte gebeden. Een geestelijk dode vindt het wel prima om geestelijk dood te zijn. Een onbekeerde vindt het niet erg om onbekeerd te zijn.
Hoe wordt dat ooit anders? Er is maar één weg en één oplossing: de Geest van Pinksteren Die Heere is en levend maakt. En in verbazend korte tijd, breekt het leven door de dood heen.
Laten we ons diep verwonderen over deze woorden uit Jesaja. De Heere zegt niet: “Ik zal stromen van toorn uitgieten; een gloeiende lavastroom van vuur. Maar water. Levenwekkend, hartverkwikkende stromen van genade. Stromen van mijn Geest.” Het zijn woorden die alles zeggen over nieuw leven. Oordeel maakt plaats voor heil. Het geestelijk leven wordt gewekt, of ook weer opgewekt. Leven uit God, en door God en tot God.

Jesaja 44 begint met “Maar nu!” O, dat “maar”. Dat is het “maar” van genade. Laten onze zielen geraakt worden, door die wonderlijke kleine woorden, die van oneindige heerlijkheid zijn. “Maar nú”. Nu Christus het volle heil verdiend heeft. Nu Hij Zelf door de laaiende vuurgloed van Gods toorn is heengegaan. Nu Hij alles heeft volbracht, en nu Hij leeft en nu het volle heil is verworven. Voor wie? Voor wat dood en dodig is.

“Ik zal…..!” Kan dat voor mij? Dat “Ik zal” gaat ver terug. Het klinkt door in de naam van God. Het is de Naam die Mozes Hem hoorde uitspreken bij de braambos. “Wie zal ik zeggen  die mij heeft gezonden? “Ik zal zijn die Ik zijn zal.”
Er is niets wat Hem verplicht. Niets wat Hem dwingt. Nooit heeft iemand één druppel genade ontvangen omdat hij dat verdiende, maar er is levenwekkende genade omdat God God is; God in Christus. Het wordt evenmin door ons bewerkt als wij een regenbui bewerken kunnen. Het is Gods werk.

De God van Jesaja 44 is de God van Handelingen 2, en Hij is ook God in 2020, en Hij is ook God in Leerbroek. Hij is de God der ganse aarde. Wij kunnen niets, maar Hij kan alles en Hij heeft alles.

Laten wij het woord van Jesaja 44 brengen bij Hem die het beloofd heeft.
Mensen zeggen: “Ik hoop”. God zegt: “Ik zal”. Het is een woord van macht en milde goedheid; van genade en ontferming.
“Ik zal…” Hij vraagt geen toestemming om het te laten regenen. Hij vraagt niet eerst: “Mag het regenen?” Hij komt waar Hij Zijn wil. Maar de apostelen voorafgaande aan Pinksteren hebben wel geknield. Ze hebben naar die Heere opgezien. Alleen van Hem kan het komen! Zo slaan wij het oog op onze Heere, tot Hij, ook ons genadig zij!

Ds. N. den Ouden
Juli 2020